Rochus Meeuwiszoon

‘Aan wien ’s Lands vrijheid een onsterfelyke dank verpligt is’

Door: Streekarchief Voorne-Putten
De inname van Brielle op 1 april 1572 werd door de inwoners misschien helemaal niet ervaren als een bevrijding. Toen de watergeuzen naderden, ontvluchtte een deel van de bevolking de stad uit angst voor plunderingen. Het gewelddadig forceren van de Noordpoort beloofde in ieder geval weinig goeds. Zodra echter bleek dat de Geuzen geen kwaad in de zin hadden, keerde de rust terug en schaarden de Briellenaren zich achter de strijd van de geuzen. De gebeurtenissen daags erna bewijzen dat ze hun nieuwverworven vrijheid met overtuiging verdedigden.

Brielse vrijheidsstrijder

De naam van stadstimmerman Rochus Meeuwiszoon is onlosmakelijk met die eerste Brielse vrijheidsstrijd verbonden. Toen de Spanjaarden op 5 april 1572 naderden om Brielle weer in te nemen, was hij degene die ‘de bedreigde, tot ondergang, moord en plundering gedoemde stad’ wist te redden. Stadsarchivaris Johan Been verwoordde het in 1910 op beeldende wijze: ‘De bijl, waarmede hij gestreden had, tusschen de tanden geklemd, springt die eene man van den wal in de vest, zwemt haar in een paar krachtige slagen over, rent naar het sluisje dat hij in ’t gezicht van den vijand met zijn bijl versplintert’. Als gevolg van het openhakken van de Nieuwlandse sluis stroomde de achterliggende polder onder water, zodat de Spanjaarden hun aanval moesten staken en onverrichterzake terugkeren. Brielle’s vrijheid was bevestigd.
Rochus Meeuwiszoon was daarmee in de ogen van Johan Been een van de belangrijkste sleutelfiguren uit die eerste aprildagen van 1572, en het stoorde Been dat de man daar nooit waardering voor had ontvangen. Dat was al niet tijdens zijn eigen leven gebeurd: tijdens zijn heldendaad was Rochus gewond geraakt, waardoor hij zijn vak als timmerman niet meer kon uitoefenen en langzaam tot armoede verviel. Een verzoek voor bijstand bij de Staten van Holland leverde een schamel pensioen op en de stad Brielle liet hem voor een hongerloontje de Langepoort bewaken. Die behandeling vond Been ronduit schandalig, evenals het vrijwel volledig negeren van Rochus bij de grootscheepse vieringen in 1872.

Gedenkmedaillon

De vroegere archivaris zette zich dan ook in om een eerbetoon voor deze Brielse held op te richten. Vanwege de 300-jarige sterfdag van Rochus publiceerde Been in november 1910 een vlammend betoog in de Nieuwe Rotterdamsche Courant. En dat bleef niet zonder resultaat: de jeugd van de Hogere Burgerscholen en gymnasia in Amsterdam organiseerde een geldinzameling waarmee een ‘gedenkmedaljon’ in de St. Catharijnekerk kon worden bekostigd. Er werd een ontwerp gemaakt voor een gebrandschilderd raam dat door de Kon. Ned. Glasfabriek van J.J.B.J. Bouvy in Dordrecht werd vervaardigd. In februari 1912 werd het gedenkteken in het raam geplaatst, voorzien van het onderschrift: ‘Aan Rochus Meeuwiszoon, door het jonge Nederland’. Johan Been was tevreden, eindelijk was er erkenning ‘van den timmerman van Den Briel, die door zijn voorbeeld bewezen heeft dat ons vaderland in oogenblikken van gevaar voor de vrijheid zelden of nooit tevergeefs een beroep doet op het Nederlandsche volk.’

Archivalia

In het depot van het Streekarchief liggen de mooiste juweeltjes uit de lokale geschiedenis. Zo ook het originele ontwerp van het gedenkraam, de albuminedruk die de Brielse fotograaf W.H.F. Borstlap er in juni 1912 van maakte, en de artikelen en brieven die Johan Been over Rochus Meeuwiszoon schreef. Neem een duik in de historie op: www.streekarchiefvp.nl.

Pin It on Pinterest

Share This